Naar hoofdinhoud
Gebiedsbeschrijving De woningen in deze buurten, in het oosten van Putten, zijn gerealiseerd vanaf de jaren '60 waarin een grote vraag naar woningen was. Er is in zeer korte tijd veel gebouwd en de woningen lijken veel op elkaar. In deze buurten staat veel sociale woningbouw. De wijk is op te delen in twee deelgebieden: ten noorden van de Garderenseweg bevindt zich een combinatie van verschillende woonmilieus, terwijl ten zuiden van de Garderenseweg veel dezelfde woningbouw voorkomt. De woonwijken met een traditionele blokverkaveling liggen achter de bebouwingslinten, Voorthuizerstraat en Garderenseweg. In de linten bevinden zich vooral vrijstaande woningen, terwijl erachter meer twee-onder-één-kapwoningen en rijenwoningen voorkomen. De woningen in de linten zijn veelal individueel ontworpen en staan met de representatieve zijde naar de openbare ruimte. Deze ruimte is tevens de doorgaande weg van en naar het centrum. De woningen zijn centraal op de kavels geplaatst. Doordat de woningen in verschillende tijdsperioden zijn gebouwd zijn er grote verschillen in de nokrichting, dakvorm, detaillering en kleur- en materiaalgebruik. Ten noorden van de Garderenseweg In dit gebied is in verschillende perioden gebouwd, deels voor 1950, deels tussen 1950 en 1954 en deels in de periode tussen 1954 en 1960. Hierdoor zijn er verschillende karakteristieken ontstaan, rijenwoningen, twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande. De variatie in de bebouwingstypen is groot, evenals de dakvorm, nokrichting en kavelafmeting. Er is veel groen aanwezig. De afstand van de woningen tot de straat varieert. In het algemeen staan de woningen met de representatieve zijde naar de openbare ruimte. Ten zuiden van de Garderenseweg Kenmerkend voor de jaren '60 zijn het strookvormig stratenpatroon en het straatgericht wonen. Door de eenvoudige hoofdmassa's en kapvormen ontstaat rust in het bebouwingsbeeld. De herhaling van gelijkvormige koppen van bouwblokken geven een karakteristiek beeld naar de zijstraten. De opzet is ruim en er is veel ruimte voor groen. Een aantal woningen wordt ontsloten door middel van woonpaden (Jacq Perkpad en Tollenspad). De gebouwen en gebouwcomplexen bestaan uit eenvoudige stroken van één à twee lagen en een lage kap evenwijdig aan de straat. De afstand van de bebouwing tot de straat is niet in alle gevallen gelijk. Vaak staan de bijgebouwen los van het hoofdgebouw. Er zijn maar enkele woningen waar een later toegevoegde dakkapel op is geplaatst en heel sporadisch komt een dakopbouw voor. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik De samenhang in het straatbeeld ontstaat onder meer door een ingetogen kleur- en materiaalgebruik. In dit gebied is veel roodbruine baksteen gebruikt en dakpannen in een oranje, bruine of zwarte tint. De bebouwing uit het begin van de jaren '60 heeft meer detaillering dan de latere bebouwing. Dit komt tot uiting bij de voordeur en andere gevelopeningen. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid De bebouwing in deze wijk is typerend voor de jaren '60. Er zijn veel rijenwoningen en twee-onder-één-kapwoningen vrijstaande woningen komen vooral voor langs de verbindingswegen. Doordat ten noorden van de Garderenseweg een gevarieerd woonmilieu voorkomt is het daar goed mogelijk om enkele openstaande percelen met bebouwing op te vullen. Deze percelen kunnen worden gezien als ontwikkelingsgebieden. Ten zuiden van de Garderenseweg is geen ruimte voor verdere ontwikkeling, de open ruimte heeft als bestemming groenvoorziening. Welstandscriteria Algemeen De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk. Dat wil zeggen dat een bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur, de typologie van gebouwen en detaillering, kleur en materiaalgebruik ervan als uitgangspunt dient te nemen. Plaatsing De hoofdgebouwen zijn op de weg georiënteerd. Bestaande rooilijn worden gerespecteerd. Massa en vorm bebouwing De hoofdgebouwen hebben een enkelvoudige bouwmassa. Per rij of cluster eenheid in massaopbouw van het hoofdgebouw. Bijgebouwen en aan-/uitbouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw. De nokrichting van twee-onder-één-kap- en rijenwoningen is evenwijdig aan de weg. Welstandsniveau Bij de interpretatie van de welstandscriteria in dit deelgebied wordt een "lichte welstandstoets" toegepast zoals deze staat beschreven in paragraaf 2.5. Een "reguliere welstandstoets" wordt toegepast bij de bebouwing langs de Linten die aangegeven staan op de kaart "deelgebieden kern Putten".

Rechtspraak bij dit artikel