Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Subsidiegrondslagen

Onderdeel van Deelverordening regelende de subsidiëring van de speeltuinen.

1.. Jaarlijks wordt in de gemeentebegroting door de gemeenteraad een krediet gevoteerd voor de subsidiëring van de in artikel 2 genoemde speeltuinen. 2.. Uit dit krediet worden voor de op grond van artikel 2 hiervoor in aanmerking komende speeltuincomités subsidiebudgetten ter beschikking gesteld. 3.. Als grondslagen voor het op grond van deze verordening aan een speeltuin toe te kennen subsidiebudgetten gelden de volgende kostensoorten en berekeningspercentages: Afschrijvingskosten: De te hanteren jaarlijkse afschrijvingskosten bedragen: -voor gebouwen 3% van de stichtingskosten,-voor speeltoestellen 10% van de aanschafkosten,-voor het terrein 6% van de aanschafkosten van de terreininfrastructuur. Onderhoudskosten: De te hanteren jaarlijkse onderhoudskosten bedragen: -voor gebouwen 2% van de stichtingskosten,-voor speeltoestellen 2% van de aanschafkosten,-voor het terrein 2% van de aanschafkosten van de terreininfrastructuur. Organisatiekosten: Hieronder wordt in dit verband verstaan de kosten van personeel/vrijwilligers/bestuur, contributie en lidmaatschappen, telefoon/administratie, verzekeringen, water-en energiekosten, Kamer van Koophandel, e.d. voor zover deze naar het oordeel van het college van Burgemeester en Wethouders voor een goede exploitatie van de speeltuin redelijk en noodzakelijk zijn. Activiteitenkosten: De kosten van bijzondere en/of aanvullende activiteiten, die er in de speeltuin door het eigen bestuur en voor eigen rekening worden gehouden zulks tot een maximumbedrag van €1.361, --per jaar. Investeringssubsidie: Aan een speeltuinorganisatie, die voldoet aan de bepalingen van deze verordening kan eenmalig een investeringssubsidie worden toegekend van 25% van de investeringskosten voor de eerste inrichting van de speeltuin. Het investeringssubsidie bedraagt maximaal €11.345, - Inkomsten: Rekening houdend met de situatie en mogelijkheden van elke speeltuin, wordt door het college van Burgemeester en Wethouders -na overleg met de besturen van genoemde speeltuinen -een streefbedrag aan eigen inkomsten per jaar vastgesteld, dat in mindering gebracht wordt op de op grond van de eerder genoemde grondslagen berekende subsidie. Op grond van de historische situatie wordt het streefbedrag aan eigen inkomsten voor de speeltuinen Hingen, Berkelaar, Koningsbosch en Susteren Heide vastgesteld op €1.361, -per jaar en voor de speeltuin St. Joost op €4.765, --per jaar. 4.. Het subsidiebudget wordt berekend door de subsidiabele afschrijvings-onderhouds-, organisatie-en activiteitenkosten te verminderen met het door Burgemeester en Wethouders vast te stellen streefbedrag aan eigen inkomsten. 5.. Rekening houdend met de in artikel 3 genoemde subsidiegrondslagen worden de subsidiebudgetten gemaximeerd tot een bedrag van €9.100, --per speeltuin per jaar. 6.. Ter zake van de in lid 4 genoemde subsidieverlening wordt met elke speeltuin afzonderlijk door de gemeente een subsidieovereenkomst afgesloten, waarin eventueel noodzakelijke nadere voorwaarden en afspraken voor de betreffende organisaties kunnen worden opgenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel