**1..** Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.
**2..** In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Wet werk en bijstand;
uitkeringsgerechtigde: degene die een periodieke uitkering voor levensonderhoud ontvangt op grond van de wet;
woonkosten:
indien een huurwoning wordt bewoond: de per maand geldende rekenhuur als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag;
indien een eigen woning wordt bewoond: de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente, de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar de omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud;
onder zakelijke lasten wordt verstaan: de rioolrechten, het eigenaarsdeel van de onroerendzaakbelasting, de brandverzekering, de opstalverzekering, het eigenaarsdeel van de waterschapslasten;
commerciële huurprijs: de geldende basishuur als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag vermeerderd met de helft van het maximumbedrag genoemd in artikel 25, lid 2 van de wet.
toeslag of korting van 20%: het maximumbedrag genoemd in artikel 25, lid 2 van de wet.
toeslag of korting van 10%: de helft van het maximumbedrag genoemd in artikel 25, lid 2 van de wet.
verzorgingsbehoevende: degene die zonder verzorging zou zijn aangewezen op opname in een instelling ter verzorging of verpleging;
verzorgende: degene die de verzorgingsbehoevende verzorgt.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2012