1. De voorzitter en de secretaris van de commissie dragen er zorg voor dat op het
tijdstip bedoeld in artikel 10 alle archiefbescheiden onverwijld in een
verzegelde envelop en gerubriceerd als “geheim” worden overgebracht naar de
op grond van artikel 31 Archiefwet door de gemeenteraad aangewezen
archiefbewaarplaats.
2. De voorzitter en de secretaris van de commissie dragen er zorg voor dat van de
in het eerste lid bedoeld overbrenging een verklaring van overbrenging als
bedoeld in artikel 9 van de Archiefwet 1995 wordt opgemaakt. In deze
verklaring wordt melding gemaakt van de met toepassing van artikel 15, lid 1
sub a en c, van de Archiefwet 1995 gestelde beperkingen aan de openbaarheid,
geldende voor een periode van 75 jaar.
3. De voorzitter en de secretaris van de commissie dragen er zorg voor dat alle
overige bescheiden en alle kopieën van de in dit artikel bedoelde bescheiden
onmiddellijk worden vernietigd.
4. De raadsgriffier draagt bij functioneringsgesprekken zorg voor een afdoende
vertrouwelijke archivering van de stukken, waaronder het afschrift van het
vastgestelde verslag. Na het aftreden van de burgemeester worden alle
betreffende stukken door de raadsgriffier vernietigd.