Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 7.

Samenloop van gedragingen, recidive, recidive op recidive en volharding

Onderdeel van Maatregelverordening 2013 (2)

1.. Indien sprake is van een gedraging die schending oplevert van meerdere in deze verordening genoemde verplichtingen, wordt één maatregel opgelegd. Voor het bepalen van de hoogte en duur van de verlaging wordt uitgegaan van de gedraging waarop de hoogste maatregel is gesteld. 2.. Indien sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van één of meerdere in deze verordening genoemde verplichtingen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke maatregel opgelegd. Deze maatregelen worden gelijktijdig opgelegd. 3.. Indien sprake is van een gedraging die schending oplevert van een in deze verordening genoemde verplichting en van de inlichtingenplicht zoals bedoeld in artikel 17, lid 1 WWB en de artikelen 13 IOAW of IOAZ, wordt geen maatregel opgelegd. 4.. De duur van de maatregel wordt vastgesteld op twee maanden, als de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd of hiervan is afgezien, opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging, dan wel een verwijtbare gedraging van dezelfde of een hogere categorie of hetzelfde of een hoger percentage. 5.. De duur van de maatregel wordt vastgesteld op drie maanden, als binnen twaalf maanden na bekendmaking van het besluit waarbij de recidive als bedoeld in lid 3 is toegepast, opnieuw sprake is van eenzelfde verwijtbare gedraging, dan wel een verwijtbare gedraging van dezelfde of een hogere categorie of hetzelfde of een hoger percentage. 6.. Als na toepassing van lid 5 sprake is van het volharden van de gedragingen, kan het college de uitkering voor onbepaalde tijd verlagen, tot het moment waarop de verplichtingen worden nagekomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel