**1..** De ambtenaar aan wie wordt opgedragen een vergadering van de raad, een raadscommissie of een afdeling van de raad bij te wonen, geniet daarvoor een toelage.
**2..** De in het vorige lid bedoelde toelage wordt per vergadering berekend op basis van de vergoeding van overwerk, zoals deze is geregeld in hoofdstuk 3 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Best, met dien verstande, dat elke vergadering minimaal geacht wordt twee uren te hebben geduurd en dat de toelage nimmer minder bedraagt dan 100% van het bedrag, vermeld in de bij het Koninklijk Besluit van 23 november 1876, Staatsblad 621, tot uitvoering van de artikelen 64f en 64g van de Gemeentewet behorende tabel II, zoals dat bedrag telkenjare door de Minister van Binnenlandse Zaken is of wordt vastgesteld voor de klasse waartoe de gemeente Best behoort.
**3..** De in de leden 1 en 2 bedoelde toelage wordt alleen toegekend, indien de vergadering geheel buiten werktijden, als bedoeld in artikel 4 van de dienst- en werktijdenregeling gemeente Best 1977, wordt gehouden.
**4..** Indien de ambtenaar op 1 avond twee of meer vergaderingen bijwoont, wordt voor de berekening van de toelage geacht, dat de ambtenaar 1 vergadering heeft bijgewoond.
**5..** Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de in dit artikel bedoelde toelage wordt toegekend aan de ambtenaar - geen diensthoofd, directeur, hoofd van een (staf)afdeling of coördinator informatiebeleid en automatisering zijnde - aan wie de verplichting wordt opgelegd tot het buiten de normale werktijden bijwonen van vergaderingen, bijeenkomsten, etc. anders dan bedoeld in lid 1.
**6..** Burgemeester en wethouders bepalen welke ambtenaren niet in aanmerking komen voor een vergoeding als bedoeld in lid 1.
Hoofdstuk 3
Artikel 20
Bijwonen vergaderingen
Onderdeel van Bezoldigingsverordening gemeente Best 2000