Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Spaarloonregeling

1.. Deelname aan de spaarloonregeling kan alleen, op schriftelijk verzoek van de belanghebbende, ingaan op de eerste van iedere maand, waarbij een vast spaarloon wordt opgegeven, met inachtneming van het wettelijk vastgesteld maximum. 2.. De inhouding van het spaarloon kan maandelijks of eenmaal per jaar worden uitgevoerd. 3.. Wijziging van het spaarloon is alleen schriftelijk mogelijk per 1 januari. 4.. Het spaarloon wordt zonder aftrek van loonheffing en sociale premies op het maandsalaris van de deelnemer ingehouden en overgemaakt naar zijn spaarrekening. 5.. De deelname aan de spaarregeling eindigt bij beeindiging van de dienstbetrekking of indien de deelnemer zulks schriftelijk verzoekt.

Rechtspraak bij dit artikel