Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 16

Naleving uitvoeringsvoorschriften/gereedmelding

Onderdeel van Subsidieregeling restauratie monumenten 2001

1.. Het subsidie kan uitsluitend overeenkomstig het verleende subsidie worden vastgesteld als de wijze waarop de restauratie is uitgevoerd, heeft plaatsgevonden overeenkomstig de subsidieverlening en de van toepassing verklaarde provinciale "Uitvoeringsvoorschriften ten behoeve van restauratie en onderhoud van monumenten 1997" en aanvullende aanwijzingen, bedoeld in artikel 15, tweede lid. 2.. Ten behoeve van de werkzaamheden die niet overeenkomstig de in het eerste lid bedoelde uitvoeringsvoorschriften zijn uitgevoerd, wordt geen subsidie vastgesteld. 3.. Ter vaststelling van het subsidie voor restauratie, conservering of haalbaarheidsonderzoek worden binnen 4 maanden na de feitelijke beëindiging van de werkzaamheden aan burgemeester en wethouders overgelegd: een gespecificeerde, aan de begroting van de door het College van Burgemeester en wethouders subsidiabel geachte kosten gerelateerde, financiële verantwoording van de werkelijk gemaakte kosten en baten, vergezeld van afschriften van rekeningen en betalingsbewijzen (geen bankoverschrijvingsformulieren); indien de betaalbewijzen mede betrekking hebben op kosten van personeel dat in loondienst is bij het bedrijf van aanvrager dan wel op door de aanvrager in loondienst genomen personeel voor het uitvoeren van de restauratiewerkzaamheden, of op door de aanvrager ten behoeve van zijn bedrijf verrichte arbeid, een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt hoeveel arbeidstijd en voor welk bedrag door dat personeel of de aanvrager aan die restauratiewerkzaamheden is besteed, alsmede de wijze waarop deze kosten zijn voldaan; indien van toepassing een verklaring, waaruit blijkt dat op grond van de Wet op de Omzetbelasting (Staatsblad 1968, 329) geen BTW verschuldigd is over de gemaakte subsidiabele kosten. 4.. Het College van Burgemeester en wethouders kan bepalen, dat naast de in het derde lid genoemde bescheiden ook andere bescheiden worden overgelegd. 5.. Het vastgestelde subsidiebedrag bedraagt ten hoogste het verleende subsidie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel