**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
a.
de wet
Wet werk en bijstand
b.
IOAZ:
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijkarbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
c.
Bbz:
Het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004
d.
Wet SUWI:
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
e.
uitkering:
de uitkering, bedoeld in artikel 5, eerste lid IOAZ;
f.
bijstandsnorm:
voor zelfstandigen die een Bbz-uitkering ontvangen of hebben ontvangen wordt onder “bijstandsnorm” verstaan de norm die op grond van artikel 78f van de wet op hen van toepassing is;
g.
grondslag:
de voor de gewezen zelfstandige toepasselijke grondslag bedoeld in artikel 5, vierde lid van de IOAZ;
h.
maatregel:
het verlagen van de grondslag op grond van artikel 20, eerste lid IOAZ alsmede het blijvend (gedeeltelijk) weigeren van een uitkering op grond van artikel 20, tweede lid IOAZ;
i.
inkomen:
inkomen als bedoeld in artikel 8 IOAZ;
j.
het dagelijks bestuur:
het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Brunssum, Onderbanken en Landgraaf (ISD BOL)
k.
het college:
het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht.
**2..** Zover niet anders is bepaald, worden begrippen in deze verordening gebruikt in dezelfde betekenis als in de IOAZ en de Bbz.
Hoofdstuk I.
Artikel 1:
Begripsomschrijving
Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAZ en BBZ ISD BOL 2013