**1..** Het dagelijks bestuur ziet af van het toepassen van een verlaging indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan twee jaar voor constatering van die gedraging door het dagelijks bestuur heeft plaatsgevonden, tenzij de belanghebbende zich zeer ernstig heeft misdragen tegenover het dagelijks bestuur of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de WWB of de IOAW.
**2..** Een verlaging wegens het zich zeer ernstig misdragen tegenover het dagelijks bestuur of zijn ambtenaren, wordt niet opgelegd na verloop van vijf jaar nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden.
**3..** Het dagelijks bestuur kan afzien van een verlaging indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
**4..** Indien het dagelijks bestuur afziet van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
Hoofdstuk 1
Artikel 4
Afzien van verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB en IOAW ISD BOL 2013