**1..** a. De hoogte van een persoonsgebonden budget voor een voorziening in natura wordt vastgesteld op de hoogte van de kosten die het college voor deze voorzieningen verschuldigd is volgens de
hulpmiddelencontracten met uitzondering van een sportrolstoel en een sportvoorziening.
Verzekering en onderhoud (instandhoudingskosten) maken deel uit van het persoonsgebonden budget en worden vastgesteld op de hoogte van de kosten die het college volgens de betreffende
hulpmiddelencontracten verschuldigd is.
Het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld als tegenwaarde van de goedkoopst compenserende voorziening. De eventuele instandhoudingskosten worden vastgesteld per jaar.
Gedurende de vooraf vastgestelde levensduur van de voorziening worden deze instandhoudingskosten voor het eerste jaar samen met het persoonsgebonden budget uitbetaald en daarna jaarlijks op vooruitbetaling.
**2..** Enkel bij wijziging van de indicatie of na afloop van de afschrijvingstermijn kan een met een persoonsgebonden budget aangeschafte voorziening omgezet worden in een verstrekking in natura.
**3..** Een voorziening aangeschaft met een persoonsgebonden budget kan, zodra deze voorziening niet meer gebruikt wordt, zonder vergoeding van eventueel door de klant ingebrachte eigen middelen, door
het college worden teruggevorderd en voor herverstrekking beschikbaar worden gesteld.
**4..** a. Een persoonsgebonden budget voor Persoonlijke ondersteuning kan bij een verblijf buiten de gemeente doorlopen voor een periode van maximaal 4 weken.
Aan een persoon die woonachtig was in de gemeente, nog een briefadres heeft in de gemeente en opgenomen is in een Hospice buiten de gemeente, kan een persoonsgebonden budget Persoonlijke ondersteuning 1 toegekend worden.
Hoofdstuk 3
Artikel 6
Vaststelling recht en hoogte van persoonsgebonden budget voor voorzieningen in natura
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Helmond 2013