Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8

Waarschuwing of afzien van het opleggen van een maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ ISD Bollenstreek 2013

Het dagelijks bestuur kan bij een maatregelwaardige gedraging volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing indien sprake is van een gedraging als bedoeld in artikel 11 de eerste of tweede categorie, tenzij het niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van 24 maanden, te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven. Het dagelijks bestuur ziet af van het opleggen van een maatregel indien: elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of de gedraging meer dan 12 maanden vóór constatering van die gedraging door het dagelijks bestuur heeft plaatsgevonden. Het dagelijks bestuur kan afzien van het opleggen van een maatregel indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. Indien het dagelijks bestuur afziet van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan. Een besluit tot afzien van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen als bedoeld in lid 3, alsmede een besluit om een schriftelijke waarschuwing te geven als bedoeld in lid 1, zijn geen besluiten waarbij een maatregel is opgelegd als bedoeld in artikel 5.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel