De bijstand wordt gedurende 1 maand met 15% verlaagd indien belanghebbende: zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV werkbedrijf of het niet tijdig verlengen daarvan.
De bijstand wordt gedurende 1 maand met 30% verlaagd indien:
belanghebbende niet naar vermogen tracht algemeen geaccepteerd arbeid te verkrijgen;
belanghebbende niet of onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden van arbeidsinschakeling;
er anderszins sprake is van een gedraging die de inschakeling in arbeid belemmert.
De bijstand wordt gedurende 1 maand met 50% verlaagd indien:
belanghebbende niet of in onvoldoende mate gebruik maakt van een door het dagelijks bestuur aangeboden voorziening als bedoeld in artikel 9, eerste lid onder b en artikel 10, eerste lid van de wet;
belanghebbende niet of in onvoldoende mate de door het dagelijks bestuur opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden als bedoeld in artikel 9, eerste lid onder c van de wet naar vermogen verricht;
de jongere in de 4 weken na melding en registratie bij het UWV-werkbedrijf niet of in onvoldoende mate inspanningen doet om algemeen geaccepteerde arbeid en/of mogelijkheden in regulier bekostigd onderwijs te verkrijgen en de jongere niet wordt uitgesloten van het recht op bijstand;
de jongere in onvoldoende mate meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de wet.
De bijstand wordt gedurende 1 maand met 100% verlaagd indien:
belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid niet aanvaard;
sprake is van door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid.
Hoofdstuk
Artikel 10.
Tekortschieten in het naleven van de arbeidsverplichtingen en de tegenprestatie
Onderdeel van Maatregelenverordening WWB ISD Bollenstreek 2013