**1..** Voor gebruik van een verkoopwagen op de weekmarkten kan slechts vergunning worden met inachtneming van de volgende voorschriften:
De te gebruiken verkoopwagen dient te voldoen aan redelijke eisen van welstand.
De verkoopwagen dient inpasbaar te zijn op de markt en mag geen overlast voor derden veroorzaken.
De verkoopwagen mag inclusief dissels, schamels, zij- en achterkleppen, deuren en andere voorwerpen, in de verkoopopstelling niet uitsteken buiten de toegewezen afmetingen van de standplaats. Verticale hulpmiddelen, die voor en ten behoeve van de voorklep geplaatst mogen niet in het looppad worden geplaatst en moeten gelijk zijn met de voorzijde van de staanders van een marktkraam, om zowel hinder als belemmering van uitzicht te voorkomen.
De hoogte van de voorklep van de verkoopwagen die oversteekt buiten de standplaats dient ten minste 2.10 mtr. te zijn.
Aan of onder de voorklep mogen geen zeilen of andere materialen worden bevestigd en mag geen koopwaar worden opgehangen of uitgestald.
**2..** Van het bepaalde in het voorgaande lid onder e kan met toestemming van de controleur openbare ruimte worden afgeweken indien het materiaal uitsluitend dient zonwering en of wering van wering en geen hinder aan bezoekers van de markt oplevert.
**3..** De wijze van plaatsen van de verkoopwagen en het tijdstip waarop dit dient te geschieden moet in overleg met de controleur openbare ruimte worden bepaald.
**4..** Indien een vergunninghouder die gebruik maakt van een verkoopwagen voornemens is zijn standplaats op een bepaalde marktdag niet in te nemen, dient hij zich tenminste een uur voor aanvang van de markt af te melden bij de controleur openbare ruimte.