In 2003 is het standplaatsen- en ventvergunningenbeleid van de gemeente Olst-Wijhe voor het eerst vastgesteld. In 2007 is dit beleid geëvalueerd en vervolgens gewijzigd vastgesteld. Hierbij is het beleid verruimd, omdat geconcludeerd werd dat bij de vaststelling in 2003 voor een (te) strikte regulering was gekozen. Vooral de verzoeken voor het innemen van een standplaats waren in de loop der jaren toegenomen.
Op 5 oktober 2009 is de Algemene Plaatselijk Verordening Olst-Wijhe (APV) door de raad gewijzigd vastgesteld. De wijziging heeft onder meer betrekking op de artikelen met betrekking tot venten en het innemen van standplaatsen. Het vergunningenstelsel voor venten is geschrapt. Hiervoor in de plaats bevat de APV nu een algeheel verbod op venten, indien hierdoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. Voor het innemen van een standplaats is nog wel een vergunning op grond van de APV vereist. In de nieuwe APV zijn de toetsingscriteria wel iets gewijzigd dan wel geherformuleerd.
Deze notitie geeft een nadere invulling van de weigeringsgronden voor een aanvraag om een standplaatsvergunning en biedt daarmee een toetsingskader voor deze aanvragen. Omdat volgens de APV nu geen vergunning meer vereist is voor venten, is het toetsingskader voor aanvragen hiervoor uit deze beleidsnotitie gehaald.
Dit beleid is van toepassing op de gehele gemeente Olst-Wijhe en heeft betrekking op seizoen- en jaarstandplaatsvergunningen. Voor het innemen van een standplaats voor de verkoop van ijs zijn afzonderlijke bepalingen opgenomen. Aanvragen voor het incidenteel innemen van een standplaats vallen niet onder de reikwijdte van dit beleid. De beoordeling van dergelijke aanvragen gebeurt afzonderlijk aan artikel 5:18 APV in samenhang met artikel 1:8 van de APV.