Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 8

Wonen in een geschikt huis

Onderdeel van Verordening voorzieningen Wmo gemeente Noordoostpolder 2013

1.. Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het normaal gebruik kunnen maken van de woning waar men over beschikt. Dit geldt ten aanzien van de essentiële gebruiksruimten. 2.. Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid, bruikbaarheid, toegankelijkheid en doorgankelijkheid van de woning. 3.. Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning welke verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat zal deze mogelijkheid eerst worden beoordeeld. Deze beoordeling vindt alleen plaats indien de aanpassing van de woning het bedrag genoemd in het Besluit voorzieningen Wmo gemeente Noordoostpolder te boven gaat. 4.. De verlening van een voorziening genoemd in lid 9 onder sub a, zonodig in combinatie met meerdere in lid 9 genoemde voorzieningen, heeft voorrang indien deze voorziening of combinatie het goedkoopst compenserend is. 5.. Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen. 6.. De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt geweigerd indien: de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van beperkingen bij het normale gebruik van de woning geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was; de belanghebbende niet naar de meest geschikte beschikbare woning is verhuisd die is afgestemd op diens beperkingen, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college; deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan: het verbreden van toegangsdeuren; het aanbrengen van elektrische deuropeners; aanleg van een hellingbaan van de openbare weg naar de toegang van het gebouw (mits de woningen in het woongebouw te bereiken zijn met een rolstoel); het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders; het aanbrengen van een extra trapleuning bij een portiekwoning. de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen of de slechte staat van onderhoud; de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw; de belanghebbende voor het eerst zelfstandig gaat wonen, uitsluitend voor zover de aanvraag een verhuiskostenvergoeding betreft, verhuisd is vanuit of naar een woning die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden, verhuisd is naar een AWBg-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg; er in de verlaten woning geen problemen met het normale gebruik van de woning zijn ondervonden; bij de aanvraag voor een verhuiskostenvergoeding geen sprake is van een onverwacht optredende beperking bij belanghebbende, maar sprake is van planbare en voorzienbare omstandigheden die zich in de (nabije) toekomst voor kunnen doen. 7.. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op het treffen van voorzieningen: aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen en kamerverhuur; specifiek op personen met een beperking en ouderen gerichte woongebouwen voor wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen of konden worden. 8.. Voor het bezoekbaar maken van een woning indien de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft in een AWBZ-instelling gelden de volgende regels: de aanvraag voor het bezoekbaar maken wordt ingediend in de gemeente waar de aan te passen woning staat; de in dit artikel genoemde woonvoorziening wordt slechts verleend indien niet al een andere woning bezoekbaar is gemaakt en de bezoekbaar te maken woning zich in de gemeente Noordoostpolder bevindt; de woonvoorziening betreft slechts het bezoekbaar maken van de in sub b  bedoelde woning; het college kan in het Besluit voorzieningen Wmo gemeente Noordoostpolder nadere regels stellen met betrekking tot de maximale hoogte van de financiële tegemoetkoming voor het bezoekbaar maken van een woning; onder bezoekbaar maken wordt uitsluitend verstaan dat de belanghebbende de woning, de woonkamer en een toilet kan bereiken. 9.. De onder lid 2 genoemde voorzieningen kunnen bestaan uit: een tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten; een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening; een niet bouwkundige of niet woontechnische woonvoorziening; een voorziening voor onderhoud, keuring en reparatie; een voorziening voor tijdelijke huisvesting; een voorziening voor huurderving; een voorziening voor het verwijderen van voorzieningen; een voorziening voor een uitraasruimte. 10.. Een bouwkundige woonvoorziening bestaande uit een aanbouw aan of een aanzienlijke verbouwing van een woning zal in de vorm van een herplaatsbare losse woonunit worden verstrekt, tenzij daartegen bezwaren van overwegende aard bestaan. 11.. Recht op een voorziening. Een woonvoorziening wordt verleend ten behoeve van een belanghebbende en wordt verleend aan de belanghebbende. In afwijking op sub a van dit lid wordt een woonvoorziening in verband met het bezoekbaar maken van een tweede woning verleend aan de eigenaar van de woning welke bezoekbaar wordt gemaakt. In afwijking op sub a van dit lid wordt een woonvoorziening verleend aan de eigenaar van de woning waarin de belanghebbende verblijft indien de belanghebbende niet de eigenaar is van de woning. In afwijking op sub a van dit lid kan een woonvoorziening als bedoeld in lid 10, sub g worden verleend aan een persoon die op verzoek van de gemeente, ten behoeve van een belanghebbende, de woning ontruimt. In afwijking op sub a van dit lid kan een woonvoorziening als bedoeld in lid 10, sub f worden verstrekt aan de eigenaar van de woning waarin een belanghebbende heeft verbleven. 12.. Terugbetaling bij verkoop. De eigenaar-bewoner, die krachtens deze verordening een woonvoorziening heeft ontvangen die leidt tot waardestijging van de woning, dient bij voorgenomen verkoop van deze woning binnen een periode van 10 jaar na gereedmelding van de voorziening, deze voorgenomen verkoop van de woning onverwijld aan het college te melden. Als de waardestijging van de woning hoger is dan het door de gemeente geïnvesteerde bedrag, dient het door de gemeente geïnvesteerde bedrag te worden terugbetaald. Als de waardestijging van de woning lager is dan of gelijk is aan het door de gemeente geïnvesteerde bedrag, dient een bedrag ter hoogte van de waardestijging van de woning te worden terugbetaald. De waardestijging van de woning wordt bepaald op grond van een taxatie door een onafhankelijk taxateur. De taxatiekosten komen voor rekening van de gemeente. 13.. Gereedmelding, vaststelling en uitbetaling financiële tegemoetkoming. Uiterlijk 15 maanden na het verlenen van een tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten dient de verhuizing te hebben plaatsgevonden. Terstond, maar uiterlijk 15 maanden na voltooiing van de werkzaamheden in het kader van een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening verklaart de eigenaar van de woning of de huurder aan het college dat de werkzaamheden zijn voltooid. De hierbovenbedoelde gereedmelding gaat vergezeld van een verklaring dat bij het treffen van de voorzieningen is voldaan aan de voorwaarden waaronder de voorziening is verleend en is tevens een verzoek om vaststelling en uitbetaling van de voorziening. Degene aan wie de voorziening wordt uitbetaald, dient gedurende een periode van 5 jaar alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden ter controle beschikbaar te houden.

Rechtspraak bij dit artikel