**1..** De toeslag als bedoeld in artikel 25 eerste lid van de wet bedraagt 20% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft.
**2..** De toeslag als bedoeld in artikel 25 eerste lid van de wet bedraagt 15% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder als deze geen zelfstandige woonruimte bewoont, onderhuurder of medebewoner is.
**3..** De toeslag als bedoeld in artikel 25 eerste lid van de wet bedraagt 5% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder die inwonend is bij zijn ouders.
**4..** De toeslag als bedoeld in artikel 25 eerste lid van de wet bedraagt 10% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning één inwonende zijn hoofdverblijf heeft.
**5..** De toeslag als bedoeld in artikel 25 eerste lid van de wet bedraagt 5% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning twee inwonenden hun hoofdverblijf hebben.
**6..** Er is geen recht op een toeslag voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning meer dan twee inwonenden hun hoofdverblijf hebben. Huuropbrengsten die de toeslag van 20% van de gehuwdennorm te boven gaan zullen als inkomen op de uitkering in mindering worden gebracht.
**7..** Voor de toepassing van dit artikel worden:
gehuwden aangemerkt als één inwonende;
niet aangemerkt als een persoon met wie kosten kunnen worden gedeeld:
de verzorgingsbehoevende die door belanghebbende wordt verzorgd:
het WSF-/WTOS kind:
het inwonende kind van 18-21 jaar.
§ 6.2
Artikel 36.
Toeslag alleenstaande en alleenstaande ouder
Onderdeel van Verzamelverordening WWB Ioaw, Ioaz en Bbz 2013