Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7

Antenne-installatie​

Onderdeel van Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden o.g.v. artikel 4 bijlage 2 BOR

Wettelijk kader Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking: lid 5: een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m; Voor deze categorie worden enkel beleidsregels opgesteld voor de plaatsing van UMTS-masten (alsmede de toekomstige technologische opvolger(s) hiervan). Voor de overige antenne-installaties zal per aanvraag worden beoordeeld of afwijken van het bestemmingsplan noodzakelijk en aanvaardbaar is. Veel antenne-installaties zijn immers vergunningvrij op grond van het bepaalde in artikel 2 lid 15, 16 en 17 van bijlage 2 bij het Besluit Omgevingsrecht. Voor deze antenne-installaties zal onder meer naar de stedenbouwkundige aanvaardbaarheid van het initiatief gekeken worden, alsmede naar welstandsaspecten. 7.1       UMTS-masten Voor het bouwen van UMTS-masten gelden de volgende voorwaarden: UMTS-masten worden bij voorkeur niet opgericht in woongebieden, maar gekoppeld aan bestaande infrastructurele- of bedrijfsbouwwerken waarbij ook wordt gekeken naar de mogelijkheden tot bundeling van meerdere masten. Daarnaast wordt ook een stedenbouwkundige afweging gemaakt, teneinde te beoordelen of er uit stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren bestaan tegen het bouwwerk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel