1.
De in artikel 7 bedoelde rechten kunnen na
voorafgaande kennisgeving aan burgemeester
en wethouders op de volgende wijze worden afgekocht:
a.
bij de uitgifte indien het een particulier graf
betreft, uitgegeven voor een termijn van 20 jaar,
door betaling van het 20-voud daarvan;
b.
bij de uitgifte indien het een algemeen graf
betreft, uitgegeven voor een termijn van 15 jaar,
door betaling van het 15-voud daarvan;
c.
indien het een verlenging betreft, met 10 jaar of
het veelvoud daarvan zoals aangegeven in de
beheersverordening in artikel 14 door betaling van
het 10-voud of het veelvoud daarvan.
d.
bij de uitgifte indien het een urnennis en urnengraf
betreft, uitgegeven voor 10 jaar als bedoeld in
art.14, van de beheersverordening, door betaling van
het 10-voud daarvan.
e.
indien het een verlenging betreft, met 5 jaar of een
veelvoud daarvan zoals aangegeven in de
beheersverordening in artikel 14 door betaling van
het 5-voud of het veelvoud daarvan.
f.
tussentijdse afkoop, door betaling van de nog
resterende jaren van onderhoud.
2.
Indien conform artikel 14, van de beheersverordening
begraafplaatsen, een verlenging plaats-
vindt van de uitgifte van een particulier graf,
dient voor dezelfde verlengingstermijn het
uitsluitend
recht tot begraven in eens te worden voldaan,
alsmede het verschuldigde onderhoudsrecht door
afkoop dan wel verlenging van de jaarlijks te
betalen aanslag.
De hoogte van de verschuldigde rechten is voor het
uitsluitend recht tot het begraven gerelateerd aan
de genoemde bedragen in artikel 2 lid 3 en voor de
onderhoudsrechten aan de genoemde bedragen in
artikel 7 lid 1 van deze verordening. Met dien
verstande dat de berekening
van de hoogte van de verschuldigde rechten wordt
gerelateerd aan het aantal jaren dat met de
verlenging is gemoeid.