Naar hoofdinhoud

Artikel 6a

Voorbereiding besluitvorming

Onderdeel van Verordening burgerinitiatief

1.. Een ingekomen verzoek wordt geplaatst op de lijst van ingekomen stukken van de eerstvolgende raadsvergadering waarvoor de agenda nog niet is verzonden. 2.. De voorzitter van de raad toetst een verzoek, binnen twee weken na ontvangst, aan de indieningsvereisten als bedoeld in artikel 2, onderdeel a. Indien het verzoek niet aan de indieningsvereisten voldoet, adviseert de voorzitter de raad het verzoek niet ontvankelijk te verklaren. 3.. Een ontvankelijk verzoek wordt door de voorzitter van de raad voorgelegd aan de agendacommissie. Deze toetst het verzoek aan de beperkingen en vereisten, opgenomen in de artikelen 4 en 5. Indien de agendacommissie van mening is dat een van de beperkingen van toepassing is, adviseert zij de raad het verzoek niet ontvankelijk te verklaren, eventueel onder doorzending aan het college. 4.. De agendacommissie wijst de raadscommissie aan die belast wordt met de voorbereiding van een beslissing op het verzoek. 5.. De voorzitter van de aangewezen raadscommissie nodigt de verzoeker schriftelijk uit voor de commissievergadering waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd. De verzoeker of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze commissievergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatiefvoorstel mondeling nader toe te lichten. 6.. De raadscommissie brengt het verslag van het overleg met de verzoeker binnen twee weken ter kennis van de raad met daarbij een advies aan de raad over het te nemen besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel