**1.** Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:
a. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen en gebezigd voor recreatief gebruik, bepaald op 2,5;
b. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste seizoenplaatsen en gebezigd voor recreatief gebruik, bepaald op 2,5;
c. mobiele kampeeronderkomens op seizoenplaatsen en gebezigd voor recreatief gebruik, bepaald op 2,5;
d. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens op niet-vaste of seizoenplaatsen en gebezigd voor recreatief gebruik, bepaald op:
1o 2,3, indien sprake is van een voorseizoenarrangement;
2o 2,3, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement;
3o 2,3, indien sprake is van een naseizoenarrangement;
4o 2,3, indien sprake is van een maandarrangement.
**2.** Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht, wordt:
a. in geval van het eerste lid, sub a, bepaald op: 65;
b. in geval van het eerste lid, sub b, bepaald op: 65;
c. in geval van het eerste lid, sub c, bepaald op: 65;
d. in geval van het eerste lid, sub d, bepaald op:
1o 30, indien sprake is van een voorseizoenarrangement;
2o 39, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement;
3o 18, indien sprake is van een naseizoenarrangement;
4o 12, indien sprake is van een maandarrangement.
Artikel 6
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2013