Naar hoofdinhoud
1.. Wanneer het openbare riool bestaat uit één rioolleiding, dan wordt – voor de berekening en omslag van de aanlegkosten van het dienstriool over de belanghebbenden – dit openbaar riool verondersteld in het midden van de openbare weg te zijn aangelegd; 2.. Bestaat het openbare riool uit twee rioolleidingen van het gemengde stelsel, waarop kan worden aangesloten dan wordt bij deze berekening uitgegaan van de werkelijke afstand van de kadastrale eigendomsgrens tot aan de dichtstbijzijnde openbare rioolleidingen; 3.. Wanneer het openbare riool bestaat uit twee rioolleidingen van het gescheiden stelsel, dan worden voor de berekening deze rioolleidingen verondersteld in het midden van de openbare weg te zijn aangelegd; 4.. Bestaat het openbare riool uit meer dan twee rioolleidingen van het gescheiden stelsel, dan wordt voor de berekening uitgegaan van de werkelijke afstand van de perceelgrens tot aan de dichtstbijzijnde openbare rioolleidingen; 5.. Buiten het bepaalde in lid 1 tot en met 4 van dit artikel kan het college bepalen op welk openbaar riool moet worden aangesloten. Dit geldt ook voor een gebouw gelegen aan meer dan één straat die is voorzien van een openbaar riool; 6.. Als het openbare riool waarop moet worden aangesloten ligt in grond die niet het eigendom is van de gemeente dan wordt: als het openbare riool ligt binnen het perceel van belanghebbende, gerekend dat het dienstriool ingaat op het openbare riool tot maximaal één meter haaks daar vanaf; ls het openbare riool ligt buiten het perceel van belanghebbende, gerekend dat het dienstriool ingaat op de erfgrens of maximaal één meter binnen het aan te sluiten perceel. Daarbij geldt een haakse aansluiting met een minimum lengte van het dienstriool van één meter.

Rechtspraak bij dit artikel