Begripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan onder:
boom: een houtachtig, overblijvend gewas;
houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;
hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
houtwal: een afscheiding in het landschap, die wordt gevormd door een, al dan niet verhoogde, smalle strook grond met daarop volgroeide beplanting in de vorm van bomen, hakhout en struiken;
bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 4.1, onder a van de Wet natuurbescherming;
boomwaarde: De financiële waarde van een boom zoals getaxeerd volgend de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen;
iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau);
iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus;
vruchtbomen: bomen die aantoonbaar in hoofdzaak uit economische motieven omwille van de vruchten worden geteeld.
In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
HOOFDSTUK 4 › AFDELING 3
Artikel 4:10A
Artikel 4:10A
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Smallingerland