Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4 › AFDELING 3

Artikel 4.10F

Artikel 4.10F

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Smallingerland

Bijzondere vergunningsvoorschriften Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat de vergunning een geldigheidsduur heeft van één jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning. Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat van de vergunning feitelijk geen gebruik mag worden gemaakt totdat op een met de vergunning voor het vellen van een houtopstand samenhangende aanvraag voor een vergunning of ontheffing voor activiteiten genoemd in artikel 2.1 of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, positief is beslist.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel