Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een houtopstand te vellen of te doen vellen.
Het verbod geldt niet voor:
een boom met stamomtrek van minder dan 63 cm gemeten op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld, tenzij het een boom betreft die ter herdenking aan een bepaalde persoon of gebeurtenis is geplant of een boom die is geplant in het kader van een herplantplicht. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam;
wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot;
fruitbomen, voor zover economisch benut, en windschermen om boomgaarden;
fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;
kweekgoed;
een houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die:
ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;
ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen;
een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4.10G.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
HOOFDSTUK 3 › AFDELING 3
Artikel 4:10B
Artikel 4:10B
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Smallingerland 2013