Ontsierende, hinderlijke of gevaarlijke reclame
e.d.
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag op
of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te
voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of
afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar
is.
Het verbod geldt niet voor onverlichte:
opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig
gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht
zijn op zichtbaarheid vanaf de weg;
opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken,
daartoe aangewezen door de overheid;
opschriften of aankondigingen op of aan een onroerende
zaak, mits deze gezamenlijk geen
grotere oppervlakte hebben dan 0,50 m2 en de langste zijde
korter is dan 1,00 meter, waarbij de opschriften of
aankondigingen betrekking hebben op:
een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop,
verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor
zolang zij feitelijke betekenis hebben of
het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de
onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is
bestemd.
opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in
uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die
bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken
zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij
of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor
zolang zij feitelijke betekenis hebben;
opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken
dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn
aangebracht ten dienste van dat vervoer.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of
aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang
zij feitelijke betekenis hebben, mits:
van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk kennisgeving
is gedaan aan het college;
het college niet binnen twee weken na ontvangst van die
kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken;
deze opschriften of aankondigingen niet langer dan negen
weken op de onroerende zaak aanwezig zijn.
Het is verboden door een opschrift, aankondiging of
afbeelding als bedoeld in het tweede en derde lid de
veiligheid van het verkeer in gevaar te brengen of ernstige
hinder voor de omgeving te veroorzaken.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
geweigerd:
indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in
verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
welstand;
in het belang van de verkeersveiligheid;
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast
voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende
zaak;
De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c, geldt niet
voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
door de Wet milieubeheer.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover:
er sprake is van bouwen en daarvoor een
omgevingsvergunning
nodig is in de zin van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrechtof
in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
door de Provinciale landschapsverordening.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
tijdig beslissen) van toepassing.
HOOFDSTUK 4 › AFDELING 2
Artikel 4:15
Artikel 4:15
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Smallingerland 2013