Ligplaatsvergunning
Op de op grond van artikel 5.31F, eerste lid, aangewezen
plaatsen mag een woonschip ligplaats innemen en hebben, mits
de eigenaar van het woonschip beschikt over een
ligplaatsvergunningvan het college van burgemeester en
wethouders.
Een ligplaatsvergunning wordt in ieder geval geweigerd
indien:
de eigenaar al een ligplaatsvergunning op naam heeft;
voor de ligplaats al vergunning is verleend;
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat het woonschip niet
wordt gebruikt voor permanente bewoning;
het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen vier weken
na het indienen van de aanvraag met het woonschip de plaats
waarvoor de ligplaatsvergunning is aangevraagd, kan
innemen;
De eigenaar dient het schip zelf permanent te bewonen en op
grond daarvan ook ingeschreven te staan in de Gemeentelijke
basisadministratie.
Het college kan aan de ligplaatsvergunning voorschriften en
beperkingen verbinden, alsmede nadere regels stellen met
betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een
ligplaats in het belang van de openbare orde, de
volksgezondheid en de veiligheid.
De ligplaatsvergunning wordt gesteld op naam van de eigenaar
en vermeld de plaatsaanduiding van de desbetreffende
ligplaats, de bijbehorende voorzieningen en de kenmerken van
het woonschip.
Het bepaalde in lid 2 sub a is niet van toepassing indien
het een aanvraag betreft voor een woonschip, waarvan het
eigendom is verkregen via vererving.
Het college kan ontheffing verlenen van het lid 2 en 3
bepaalde. Het college kan aan de ontheffing voorschriften en
beperkingen verbinden.
Op de ligplaatsvergunning en de ontheffing is paragraaf
4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
toepassing.
HOOFDSTUK 5 › AFDELING 6B
Artikel 5.31G
Artikel 5.31G
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Smallingerland 2013