Naar hoofdinhoud
Aanleggen Het is verboden met een vaartuig langer dan gedurende ten hoogste drie dagen achtereenvolgende dagen of gedeelten daarvan aan dezelfde plaats aan te leggen. Een vaartuig wordt geacht gedurende drie achtereenvolgende dagen of gedeelten daarvan op dezelfde plaats te hebben gelegen, indien dat vaartuig op die plaats wordt aangetroffen op enig tijdstip van de eerste van de drie dagen en op enig tijdstip van de eerste dag na die drie dagen. Het vaartuig wordt geacht op dezelfde plaats te zijn gebleven indien het vaartuig binnen een straal van 500 meter gerekend vanaf de in lid 1 bedoelde aanlegplaats wordt aangetroffen. Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden, met enig vaartuig binnen vijf dagen nadat het is verplaatst op de in lid 1 bedoelde plaats opnieuw aan te leggen. Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing verlenen.

Rechtspraak bij dit artikel