Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › AFDELING 10 › Afdeling 10a

Artikel 2:40g

Weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Smallingerland 2013

1. . Het bevoegd gezag weigert de vergunning indien de vestiging en/of de exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan. 2. . Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren indien naar zijn oordeel door de aanwezigheid van de inrichting de openbare orde wordt aangetast en/of het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting nadelig wordt beïnvloed. 3. . Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgrond houdt het bevoegd gezag rekening met: het karakter van de straat en van de wijk waarin de inrichting is gelegen of zal komen te liggen; de aard van de inrichting; de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de inrichting; de concentratie van inrichtingen in een bepaald gebied; de wijze van bedrijfsvoering van een leidinggevende van de inrichting in deze of in andere inrichtingen; de wijze van exploitatie van de inrichting in het verleden. 4. . Een vergunning kan voorts worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 5. . Voordat toepassing wordt gegeven aan het vierde lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.

Rechtspraak bij dit artikel