Naar hoofdinhoud

Paragraaf III.

Artikel 12

Insprekers.

Onderdeel van Verordening op de Rekenkamercommissie 2002

1.. In geheel of gedeeltelijk openbare vergaderingen verleent de voorzitter, nadat de commissie daartoe bij de vaststelling van de agenda heeft besloten, telkens bij de aanvang van de behandeling van een agendapunt, de rondvraag uitgezonderd, aan insprekers het woord om over het aan de orde zijnde agendapunt hun mening te geven. 2.. De personen, die van deze mogelijkheid gebruik wensen te maken, moeten daarvan tenminste een volle werkdag voor de aanvang van de vergadering mededeling doen aan de voorzitter van de commissie onder opgave van hun naam en adres en van het agendapunt of de agendapunten, waaromtrent zij het woord verlangen. 3.. De voorzitter bepaalt de spreektijd alsook de volgorde van spreken, indien meer dan een persoon ten aanzien van eenzelfde agendapunt het woord wordt verleend. 4.. Degenen die op grond van het vorenstaande gerechtigd zijn hun mening te geven of vragen te stellen moeten de daarbij door de voorzitter in het belang van de vergaderorde gegeven aanwijzingen opvolgen. De voorzitter kan hen het woord ontnemen. De leden van de commissie zijn gerechtigd aan de insprekers toelichtende vragen te stellen over hetgeen door dezen naar voren is gebracht. Hetgeen door de insprekers naar voren wordt gebracht vormt echter geen punt van discussie tussen hen en de leden van de commissie. 5.. In uitzonderlijke gevallen, ter beoordeling van de commissie, kan ook zonder dat het onderwerp op de agenda staat en ook zonder dat daarover vooraf een mededeling is gedaan, door de voorzitter het woord aan insprekers worden verleend.

Rechtspraak bij dit artikel