Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2

Bijstand om niet of geldlening

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere Bijstand Breda 2013

1.. Tenzij deze beleidsregels anders bepalen, wordt de bijzondere bijstand verstrekt als een uitkering om niet (zonder terugbetaalverplichting). 2.. De bijstand wordt verstrekt als de belanghebbende voldoende besef van eigen verantwoordelijkheid heeft getoond en een beroep op eigen netwerk, de sociale omgeving of voorliggende voorzieningen niet mogelijk is geweest. 3.. In geval van tekortschietend besef van eigen verantwoordelijkheid kan de gevraagde bijstand gedeeltelijk of volledig worden geweigerd. 4.. Voordat maatwerk toegepast wordt, is eerst rekening gehouden met de bijzondere noodzaak, eigen verantwoordelijkheid en voorliggende voorzieningen. 5.. De bijzondere bijstand wordt in de vorm van een renteloze geldlening verstrekt in de gevallen die worden genoemd in artikel 48, tweede lid van de WWB en indien het bijstand voor de kosten van noodzakelijk duurzame gebruiksgoederen betreft als bedoeld in artikel 51 van de WWB. 6.. Periodieke bijzondere bijstand wordt toegekend voor de duur van maximaal één jaar. 7.. Aan de belanghebbende die eigenaar is van een door hemzelf of zijn gezin bewoonde woning met bijbehorend erf verleent het college, rekening houdend met artikel 50 van de WWB, de bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening, als de bijzondere bijstand over de periode van een jaar naar verwachting meer bedraagt dan het netto minimumloon over een maand, als bedoeld in artikel 37 van de WWB.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel