Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
parkeren: het gedurende een aaneengesloten
periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende
de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in-
of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen
van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of
laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
verboden;
houder: degene die naar de omstandigheden als
houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande
dat voor een voertuig dat is ingeschreven in het krachtens de
Wegenverkeerswet aangehouden register van opgegeven kentekens als
houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het voertuig
opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was
ingeschreven;
centrale computer: computer van het bedrijf
waarmee de gemeente Tilburg een overeenkomst heeft gesloten, bestemd
voor registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen
van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een
telefoon;
parkeerapparatuur: parkeermeters,
parkeerautomaten en hetgeen naar maatschappelijke opvatting
overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;
parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats
behorende bij parkeerapparatuur;
belanghebbendenplaats: een parkeerplaats, niet
zijnde een parkeerapparatuurplaats, die is aangeduid met bord E9 uit
bijlage I van het RVV 1990 al dan niet voorzien van een onderbord,
of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E10(E9) uit bijlage
I van het RVV 1990, voor zover deze plaats niet is
uitgezonderd;
vergunninghoudersplaats: een
parkeerapparatuurplaats waarop het tevens is toegestaan om er met
een vergunning te parkeren. Een vergunninghouders-plaats is
aangeduid met een zelfde bord (E9) als een belanghebbendenplaats
onder toevoeging (op het bord of op een onderbord) van de tekst
'dagkaarten toegestaan';
vergunning: verzamelbegrip voor parkeervergunning
(zie j) of belanghebbendenvergunning (zie k);
parkeervergunning: een door het college van
burgemeester en wethouders verleende vergunning, krachtens welke het
is toegestaan een voertuig te parkeren op daartoe aangewezen
parkeerapparatuurplaatsen;
belanghebbendenvergunning: een door burgemeester
en wethouders verleende vergunning krachtens welke het is toegestaan
een voertuig te parkeren op daartoe aangewezen
belanghebbendenplaatsen;
parkeerbiljet: een gedrukt kaartje verkregen uit
parkeerapparatuur, dienende tot bewijs van het tijdstip van aanvang
van parkeren op een parkeer-apparatuurplaats.
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2009