De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van
degene die het voertuig heeft geparkeerd.
Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede
aangemerkt:
degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of
heeft gegeven de belasting te willen voldoen;
zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel
2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het
voertuig, met dien verstande dat:
1e) indien een voor ten hoogste drie
maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd
waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren
ingevolge deze overeenkomst de huurder van het
voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt
aangemerkt als degene die het voertuig heeft
geparkeerd
2e) indien blijkt dat een ander in het
kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die
ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig
heeft geparkeerd.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven
van degene die op voet van het tweede lid, onderdeel b als degene
die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze
aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen
zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit
gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van
degene die de vergunning heeft aangevraagd.
Artikel 3.
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2009