Naar hoofdinhoud
1.. Met betrekking tot de uitoefening van de in artikel 19 genoemde taak berust bij het algemeen bestuur alle bevoegdheid, die niet bij of krachtens deze regeling aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter is opgedragen. 2.. Naast de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van het elders in deze regeling bepaalde, is het algemeen bestuur in ieder geval belast met en bevoegd tot: het doen van voorstellen aan de deelnemers omtrent toetreding tot, uittreding uit, wijziging van of opheffing van de regeling; het aangaan van geldleningen en van rekening-courantovereenkomsten; het uitlenen van gelden en het waarborgen van geldleningen door anderen aan te gaan; het kopen, ruilen, vervreemden, bezwaren en in erfpacht aannemen of uitgeven van roerende of onroerende zaken; het doen van uitgaven voordat de begroting of begrotingswijziging, waarbij deze uitgaven zijn geraamd, is goedgekeurd; het voeren van rechtsgedingen en beroepsprocedures; g. het berusten in een tegen het lichaam ingestelde rechtsverordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel