Naar hoofdinhoud
1.. De directeur van de dienst wordt door het algemeen bestuur benoemd uit een door het dagelijks bestuur op te maken voordracht van ten minste twee personen. Het algemeen bestuur kan hem schorsen en ontslaan. 2.. De instructie van de directeur wordt door het dagelijks bestuur vastgesteld. 3.. De directeur is belast met de leiding van de dienst en de zorg voor een juiste taakvervulling in de organisatie.

Rechtspraak bij dit artikel