**1..** Een deelnemer kan uittreden, indien meer dan de helft van het aantal deelnemers, vertegenwoordigende ten minste 150/240 van het aantal stemmen in het algemeen bestuur, instemt met de afwikkeling van de financiële en organisatorische gevolgen daarvan.
**2..** Indien een deelnemer uit de regeling wenst te treden, zal in het kader van de in het eerste lid bedoelde afwikkeling van de financiële gevolgen daarvan een toewijzing van personeel aan deze deelnemer plaatsvinden en zal er een compensatie verschuldigd zijn voor de overige rechten en verplichtingen.
**3..** De hoeveelheid toe te wijzen personeel wordt bepaald op basis van de begroting over het jaar voorafgaand aan het jaar van uittreding en betreft zowel het directe als het indirecte personeel.
**4..** De hoeveelheid toe te wijzen indirect personeel en de overige rechten en verplichtingen worden bepaald op basis van de kostenverdelingen, welke zijn opgenomen in de begroting over het jaar voorafgaand aan het jaar van uittreding.
**5..** Compensatie voor de overige rechten en verplichtingen, als bedoeld in het tweede lid, zal in een bijdrage ineens voldaan worden. Deze bijdrage is gelijk aan driemaal de op de in het vierde lid aangegeven wijze bepaalde hoeveelheid overige rechten en verplichtingen.
**6..** Uittreding kan slechts plaatsvinden met ingang van 1 januari van het jaar, volgende op dat waarin de voor uittreding noodzakelijk wijziging van de regeling in werking is getreden.
HOOFDSTUK VII
Artikel 42
Artikel 42
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling tot instandhouding en beheer van de DCMR Milieudienst Rijnmond