De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur vindt plaats in de eerste vergadering van provinciale staten respectievelijk van de raden in nieuwe samenstelling, te houden op de dag met ingang waarvan provinciale staten respectievelijk de leden van de raad in oude samenstelling aftreden.
De leden van het algemeen bestuur, gekozen door provinciale staten, treden af op de dag met ingang waarvan provinciale staten aftreden.
De leden van het algemeen bestuur, gekozen door de raden, treden af op de dag met ingang waarvan de leden van de raden aftreden.
Het lid dat ter vervulling van een buiten de gewone tijd van aftreden opengevallen plaats tot lid van het algemeen bestuur is aangewezen, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.
Het aanwijzen ter vervulling van plaatsen die om een andere reden dan bedoeld in het tweede lid openvallen, vindt plaats binnen één maand nadat die plaatsen zijn opengevallen.
De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van het algemeen bestuur, alsmede het orgaan dat hen heeft aangewezen, op de hoogte.
Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid of voorzitter te zijn van het orgaan waardoor men krachtens het bepaalde in artikel 4 is aangewezen.
Het bestuursorgaan dat een of meer vertegenwoordigers in het algemeen bestuur heeft aangewezen, kan deze vertegenwoordigers ontslaan, indien dezen het vertrouwen van dit bestuursorgaan niet meer bezit. Artikel 50 van de Gemeentewet, dan wel artikel 50 van de Provinciewet is van overeenkomstige toepassing. Op het ontslagbesluit is artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
HOOFDSTUK II
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling tot instandhouding en beheer van de DCMR Milieudienst Rijnmond