Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 10 › PARAGRAAF 10.2

Artikel 48

Werkwijze en procedure

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Stadsregio Rotterdam

1.. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting op, vergezeld van een nota van aan-bieding waarin opgenomen de voorgenomen activiteiten. De ramingen in de ontwerpbegroting worden behoorlijk toegelicht. 2.. De ontwerpbegroting wordt uiterlijk acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aange-boden toegezonden aan de raden van de deelnemers; artikel 190 van de Gemeentewet is van over-een-komstige toepassing. De raden van de deelnemers kunnen omtrent de ontwerpbegroting het dagelijks bestuur van hun gevoelen doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt de commen-taren waarin dit gevoelen is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 3.. De lasten van de stadsregio over enig jaar, voor zover niet uit andere baten gedekt, worden gedragen door de deelnemers en worden in de begroting voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft vermeld als verschuldigde bijdrage. 4.. Voor de verdeling over de deelnemers van de in het derde lid bedoelde bijdrage wordt uitgegaan van het in-wonertal op 1 januari van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de bijdrage is verschul-digd. Voor het vaststellen van de aantallen inwoners worden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde bevolkingscijfers aangehouden. 5.. De deelnemers betalen jaarlijks voor 16 januari en voor 16 juni telkens de helft van de bijdrage bedoeld in het derde lid. 6.. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast uiterlijk 14 juli van het jaar voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting moet dienen. 7.. Terstond na de vaststelling wordt, met verwijzing naar het gestelde in artikel 35, vierde lid van de Wet, de begroting in afschrift toegezonden aan de raden van de deelnemers die het bedrag, dat in deze begroting voor de gemeente als bijdrage in de kosten van de stadsregio is geraamd, in hun begroting opnemen. 8.. Het dagelijks bestuur zendt de begroting na vaststellen binnen de daarvoor gestelde termijn naar gedeputeerde staten. 9.. Met betrekking tot wijzigingen van de begroting is het bepaalde in de voorafgaande leden, behalve het zesde lid, van dit artikel van toepassing. 10.. De artikelen 192 en 208, 209, 210 en 211 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 11.. Van het bepaalde in het negende lid kan worden afgeweken ten aanzien van begrotingswijzigingen die de gemeentelijke bijdragen niet aantasten, alsmede geen afwijking inhouden van het algemeen en financieel beleid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel