Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Vrijstelling

Onderdeel van Verordening Afvalstoffenheffing 2013

1.. Een belastingplichtige die middels een medische verklaring kan aantonen dat ten gevolge van een ziekte of een lichamelijk ongemak op zijn of haar perceel permanent beduidend meer restafval wordt geproduceerd dan op een perceel waar geen sprake is van deze ziekte of dat lichamelijk ongemak wordt op schriftelijk verzoek achteraf vrijstelling verleend van een gedeelte van de belasting als bedoeld in artikel 4, tweede lid. 2.. De vrijstelling voor de verwijdering van restafval in twee achtereenvolgende belastingtijdvakken is voor een gebruiker van een 25 liter emmer gelijk aan 50% van de verschuldigde belasting met een maximum van 53 ledigingen, voor de gebruiker van een 140 liter container gelijk aan 50% van de verschuldigde belasting met een maximum van 10 ledigingen en voor de gebruiker van een 240 liter container gelijk aan 50% van de verschuldigde belasting met een maximum van 6 ledigingen. 3.. De vrijstelling kan worden aangevraagd binnen zes weken na afloop van het vierde belastingtijdvak of binnen zes weken nadat belastingplichtige is verhuisd en is uitgeschreven uit de gemeentelijke bevolkingsadministratie. 4.. Indien de belastingplicht is ontstaan in de loop van het belastingtijdvak is het bedrag van de vrijstelling gelijk aan zoveel derde gedeelte van het volgens het tweede lid van dit artikel berekende bedrag als de belastingplichtige in dat belastingtijdvak maanden vastrecht als bedoeld in artikel 4, eerste lid, verschuldigd is. 5.. Indien de ziekte of het lichamelijk ongemak is ontstaan in de loop van het belastingtijdvak is het bedrag van de vrijstelling gelijk aan zoveel derde gedeelte van het volgens het tweede lid van dit artikel berekende bedrag als de belastingplichtige of de medebewoner van het perceel waarvoor hij belastingplichtig is in dat belastingtijdvak volle maanden een ziekte of lichamelijk ongemak heeft als bedoeld in het eerste lid. 6.. In afwijking van het bepaalde in de vorige leden van dit artikel kan het bedrag van de vrijstelling nooit meer bedragen dan de belasting die door een belastingplichtige op grond van artikel 4, tweede lid over twee belastingtijdvakken is verschuldigd. 7.. Het bedrag van de vrijstelling wordt na afloop van het tweede belastingtijdvak uitbetaald aan de belastingplichtige.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel