Naar hoofdinhoud

Artikel 23.

Inkomensgrens en eigen bijdrage

Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer gemeente Heumen 2013

1.. Aan de ouders van een leerling, die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het gezamenlijke inkomen de voor het betreffende schooljaar vastgestelde inkomensgrens overschrijdt, wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde afstand te boven gaan. 2.. Als het college besluit, in plaats van toekenning van bekostiging in geld, het vervoer zelf te verzorgen of te laten verzorgen, betalen de ouders van een leerling, die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde afstand, als het inkomen van de ouders meer bedraagt dan de voor het betreffende schooljaar vastgestelde inkomensgrens. 3.. De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de zone-indeling in de regeling die is gebaseerd op artikel 30 , eerste lid van de Wet personenvervoer 2000, voor de afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. 4.. De inkomensgrens, genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 januari jaarlijks aangepast aan de stijging van het indexcijfer van de Cao-lonen, volgens de in artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450. 5.. Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie ingevolge Titel 6 een vervoersvoorziening is verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel