**1..** Aan de ouders van een leerling, die een school voor basisonderwijs of
een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het
gezamenlijke inkomen de voor het betreffende schooljaar vastgestelde
inkomensgrens overschrijdt, wordt slechts bekostiging verstrekt voor
zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het
openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde afstand te boven
gaan.
**2..** Als het college besluit, in plaats van toekenning van bekostiging in
geld, het vervoer zelf te verzorgen of te laten verzorgen, betalen de
ouders van een leerling, die een school voor basisonderwijs of een
speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar
een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer
over de in artikel 11 bepaalde afstand, als het inkomen van de ouders
meer bedraagt dan de voor het betreffende schooljaar vastgestelde
inkomensgrens.
**3..** De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid,
betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de
zone-indeling in de regeling die is gebaseerd op artikel 30 , eerste lid
van de Wet personenvervoer 2000, voor de afstand redelijkerwijs zouden
worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het
daadwerkelijk gebruik ervan.
**4..** De inkomensgrens, genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang
van 1 januari jaarlijks aangepast aan de stijging van het indexcijfer
van de Cao-lonen, volgens de in artikel 4 van de Wet op het primair
onderwijs en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450.
**5..** Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie ingevolge
Titel 6 een vervoersvoorziening is verstrekt.
Artikel 23.
Inkomensgrens en eigen bijdrage
Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer gemeente Heumen 2013