De in artikel 2 genoemde rechten worden geheven als volgt:
Havengeld: van de kapitein, de gezagvoerder, de schipper, de reder, de eigenaar of de bevrachter van het vaartuig, dat ligplaats neemt of voor anker gaat in de havens;
Kadegeld: van degene die van een voor de openbare dienst bestemde kade of wal van de havens gebruik maakt om tijdelijk goederen op te slaan;
Liggeld: van de kapitein, de gezagvoerder, de schipper, de reder, de eigenaar of de bevrachter van het vaartuig dat een vaste ligplaats is toegewezen in de havens.
Artikel 3
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven-, kade- en liggelden 2006