Stap 1. Voorbereiding
Indien bij een woningcorporatie, de politie of de burgemeester een melding van de illegale verkoop, het afleveren, verstrekken en of voorhanden hebben van drugs in of vanuit een woning of lokaal wordt ontvangen, dan stellen zij elkaar hiervan in kennis.
De politie stelt, indien nodig, aan de hand van de melding een onderzoek in. De feitelijke constatering van de verkoop, levering of verstrekking van drugs, of het aantreffen van daartoe aanwezige
(handelsvoorraad) drugs is voldoende om op grond van artikel 13b Opiumwet bestuurlijk op te kunnen
treden.
Alle meldingen en feitelijke constateringen van de illegale verkoop, afleveren verstrekken en of
voorhanden hebben van drugs worden door de politie aan de burgemeester gemeld in een rapport of
proces-verbaal van bevindingen indien daar aanleiding toe is. De overtreding moet voldoende
concreet zijn en de plaats, tijd en omstandigheden moeten worden vermeld.
Stap 2. Waarschuwing en vooroverleg
De burgemeester kan de overtreder(s) op grond van de geconstateerde feiten schriftelijk - door middel
van een waarschuwingsbrief - op de hoogte brengen en hen uitnodigen voor een gesprek op het
gemeentehuis. Dit geldt als een officiële waarschuwing. De waarschuwing is geen besluit. Bij het
gesprek is een vertegenwoordiger van de politie aanwezig.
De geconstateerde feiten worden in de lokale driehoek besproken. Er wordt bekeken hoe de
overtreding door de overtreder(s) binnen een vastgestelde periode kan worden beëindigd en wat de
eventuele consequenties zullen zijn bij voortzetting.
De woningcorporatie zal bij het aantreffen van een hennepkwekerij, dan wel een ander soortig productiesysteem direct overgaan tot ontbinding van het huurcontract. Er vindt geen overleg plaats met de gemeente en de overtreders krijgen geen waarschuwing
Stap 3. Vervolgstappen
Als het vooroverleg met de overtreder niet leidt tot beëindiging van de illegale verkoop, aflevering,
verstrekken en of voorhanden hebben van drugs, dan wel de overtreder geeft geen gevolg aan de
uitnodiging voor een gesprek met de burgemeester, dan zal:
de gemeente de eigenaar schriftelijk verzoeken passende maatregelen te treffen en wijzen op de mogelijkheid van de civielrechtelijke procedure tot ontbinding van de huurovereenkomst;
de woningcorporatie, indien zij de verhuurder van het betreffende pand is, overgaan tot een civielrechtelijke procedure tot ontbinding van de huurovereenkomst.
Bij voortdurende overtreding van de Opiumwet en het niet opstarten van een civielrechtelijke procedure tot ontbinding van de huurovereenkomst door de verhuurder, kan de burgemeester besluiten tot het tijdelijk sluiten van een woning of een lokaal.
Stap 4 Motivering sluitingsbevel
Is de overtreding van de Opiumwet niet beëindigd en gaat de burgemeester over tot een (tijdelijke) sluiting, dan zal dit besluit voldoende moeten worden gemotiveerd. Bij deze motivering kan de burgemeester een aantal factoren betrekken.
De duur van de sluiting kan in de eerste plaats afhankelijk zijn van de bestemming van het pand: gaat het om een woning of een lokaal? In het geval van een woning kan een onderverdeling worden gemaakt in een huur- en koopwoning. Gaat het om een gehuurde woningen en wordt civielrechtelijk de huurovereenkomst door de woningcorporatie of de particulier verhuurder ontbonden, dan is een verdere sluiting van de woning niet nodig, maar wel mogelijk. Gaat het om een koopwoning, dan kan het van belang zijn of deze daadwerkelijk wordt bewoond of in schijn wordt bewoond. In het geval van een bewoond pand worden de bewoners uit de woning geplaatst. Dit is bij schijnbewoning niet het geval. Er zijn immers geen bewoners.
In de tweede plaats kan de duur van de sluiting afhankelijk zijn van de zwaarte van de overtreding. Het gaat hierbij om de hoeveelheid en het soort drugs. Gezien de eis van proportionaliteit geldt hier dat hoe meer en hoe zwaarder de categorie drugs is, hoe zwaarder de maatregel kan zijn. Daarbij kan tevens de intensiteit van handel meewegen in de zwaarte van de maatregel.
Tot slot zal de duur van de sluiting afhankelijk zijn van de mate van herhaling en de duur van de overtreding. Ook hierbij geldt de eis van proportionaliteit: hoe vaker de overtreding plaats vindt, hoe zwaarder de maatregel kan zijn. Wat betreft de duur van de overtreding is het van belang dat de toeloop naar het pand zal beëindigen. Wanneer de sluitingstermijn te kort blijkt kan de burgemeester de sluiting verlengen.
Drugs in een handelshoeveelheid in een woning
softdrugs
Harddrugs
1e overtreding
Schriftelijke waarschuwing, tenzij er sprake is van handel aan minderjarigen, dan wordt opgetreden als bij een 2e overtreding met softdrugs
Sluiting voor een periode van 3 maanden, tenzij er sprake is van handel aan minderjarigen, dan wordt opgetreden als bij een 2e overtreding met harddrugs
2e overtreding binnen een periode van 5 jaar
Sluiting voor een periode van 3 maanden
Sluiting voor een periode van 6 maanden
3e overtreding binnen een periode van 5 jaar
Sluiting voor een periode van 6 maanden
Sluiting voor onbepaalde tijd
4e overtreding binnen een periode van 5 jaar
Sluiting voor een periode van 12 maanden
Sluiting voor onbepaalde tijd
Drugs in een handelshoeveelheid in een lokaal
Softdrugs
Harddrugs
1e overtreding
Sluiting voor een periode van 3 maanden, tenzij er sprake is van handel aan minderjarigen, dan wordt opgetreden als bij een 2e overtreding met softdrugs
Sluiting voor een periode van 6 maanden, tenzij er sprake is van handel aan minderjarigen, dan wordt opgetreden als bij een 2e overtreding met harddrugs
2e overtreding binnen een periode van 5 jaar
Sluiting voor een periode van 6 maanden
Sluiting voor een periode van 12 maanden
3e overtreding binnen een periode van 5 jaar
Sluiting voor de periode 12 maanden
Sluiting voor onbepaalde tijd
4e overtreding binnen een periode van 5 jaar
Sluiting voor onbepaalde tijd
Sluiting voor onbepaalde tijd
Het bevel tot sluiting van een pand is een besluit in de zin van artikel 1 :3 Awb. De overige bepalingen
van deze wet zijn dan ook van toepassing. Dit betekent dat alle belanghebbenden tegen het besluit
bezwaar kunnen aantekenen en vervolgens, na de beslissing op het bezwaarschrift, beroep bij de
bestuursrechter kunnen instellen. Belanghebbenden zijn in ieder geval de bewoners en gebruikers
van de woning of het lokaal, en de eigenaar. Horen kan zowel schriftelijk (bijvoorbeeld met het
concept van voorgenomen besluit) als mondeling (dus ook telefonisch op zeer korte termijn) aldus art.
4:9 Awb.
Stap 5 Bekendmaking sluitingsbevel
Het sluitingsbevel op grond van artikel 13b Opiumwet wordt op schrift gesteld en aan alle (bekende) belanghebbenden verzonden. In het
bevel tot sluiting worden doorgaans de volgende elementen opgenomen:
1. De grondslag voor de sluiting (artikel 13b Opiumwet);
2. Welk pand wordt gesloten;
3. Waarom tot sluiting wordt overgegaan (subsidiariteit, proportionaliteit);
4. De begunstigingstermijn; kan kort of helemaal niet in geval van spoed;
5. De termijn van de sluiting;
6. Welke dwangmiddelen zullen worden toegepast;
7. Vermelden welke kosten verhaald zullen worden;
8. Vermelden dat tegen het besluit bezwaar en beroep mogelijk is.
De kosten van de sluiting kunnen ingevolge artikel 5:25 eerste lid van de Awb op de overtreder worden verhaald. Op grond van artikel 5:25 Awb vermeldt de beschikking (aanschrijving) dat de bestuursdwang plaats vindt op kosten van de overtreder.
Het kadaster wordt van de last onder bestuursdwang op de hoogte gebracht (op basis van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen). De registratie blijft van kracht tot dat het besluit vervalt/wordt ingetrokken
Stap 6 Feitelijke sluiting
Na afloop van de begunstigingstermijn gaat de gemeente ertoe over de betreffende ruimte eventueel fysiek te sluiten. Dit kan op verschillende manieren worden geregeld. Bij de uitvoering van de sluiting kunnen naast medewerkers van de gemeente en politie ook de woningcorporatie of anderen aanwezig zijn. De in het pand aanwezige personen worden hieruit verwijderd. Indien nodig wordt het pand eerst ontsmet en worden de nutsvoorzieningen afgesloten.
In sommige gevallen is het ophangen van een bekendmaking op de toegangsdeur met de mededeling dat het pand gesloten is voldoende. In andere gevallen is het noodzakelijk het pand (deuren en ramen) daadwerkelijk dicht te timmeren en eventueel te verzegelen.
Het doorbreken van het zegel levert een strafbaar feit op grond van artikel 199 van het Wetboek van Strafrecht op.
In artikel 2.41 lid 2 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Rijssen-Holten is het verbod opgenomen om een krachtens artikel 13b Opiumwet gesloten lokaal of woning te betreden.
Artikel 15
Stappenplan/Handhavingsarrangement
Onderdeel van Beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Rijssen-Holten 2013