1.De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de
bijdrage toekomend aan een
fractie ter besteding door de fractie in de volgende jaren.
De reserve is niet groter dan 30% van de bijdrage die de fractie
in het voorgaande kalenderjaar toekwam ingevolge artikel 9.
De aanspraak in enig kalenderjaar op de opgebouwde reserve, komt
tot uitdrukking in de afrekening als bedoeld in artikel 11 over
dat jaar. Bevoorschotting vindt desgevraagd plaats.
De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de fractie
die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die
naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan
worden beschouwd.
Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou
worden dan aangegeven in het tweede lid, vervalt het recht op
dat meerdere.
Bij splitsing van een fractie, wordt de reserve verdeeld over de
betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de
splitsing betrokken leden, voor zover deze reserve niet meer
bedraagt dan 30% van de bijdrage die de oorspronkelijke fractie
in het voorgaande kalenderjaar ontving.
HOOFDSTUK II
Artikel 10a
Reserve
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2008