De wethouder, die het voornemen heeft een buitenlandse
dienstreis te maken, heeft hiervoor toestemming nodig van het
college van burgemeester en wethouders. De gemeenteraad wordt
van het besluit van het college van burgemeester en wethouders
op de hoogte gesteld.
De wethouder die het voornemen voorlegt aan het college van
burgemeester en wethouders, verschaft informatie over het doel
van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de omvang en
de aard van het gezelschap en de geraamde hoogte van de
kosten.
De wethouder ontvangt voor de ter beoordeling van het college
van burgemeester en wethouders noodzakelijk te maken
buitenlandse dienstreis een vergoeding van de in redelijkheid
gemaakte reis- en verblijfkosten overeenkomstig het Reisbesluit
buitenland.
Ingeval van een buitenlandse dienstreis kan aan de wethouder een
voorschot worden verstrekt. Het voorschot kan eventueel in
buitenlandse valuta worden verstrekt. Dit voorschot wordt binnen
een maand na het plaatsvinden van de dienstreis verrekend door
middel van een bij de gemeentesecretaris in te dienen
declaratieformulier.
Van iedere buitenlandse reis wordt een verslag opgesteld. Alle
buitenlandse reizen worden vermeld in een jaarverslag.
Het meereizen van de partner van de wethouder op kosten van de
gemeente is alleen toegestaan wanneer dit gebeurt op uitnodiging
van de uitnodigende partij en hiermee tevens het belang van de
gemeente is gediend. Het meereizen van de partner moet worden
betrokken bij de aanvraag.
Het anderszins meereizen van derden op kosten van de gemeente is
niet toegestaan.
Het meereizen van derden op eigen kosten is wel toegestaan
onder de voorwaarde dat dit
wordt gemeld bij de aanvraag.
Het verlengen van een buitenlandse dienstreis wegens vakantie is
wel toegestaan onder de voorwaarde dat dit is opgenomen in de
aanvraag. De extra verblijfkosten komen volledig voor rekening
van de wethouder, tenzij blijkt dat de kosten door de verlenging
van de reis substantieel lager zijn geworden.
Hoofdstuk
Artikel 21
Buitenlandse dienstreis
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2008