Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 10a

- Uitstroompremie

Onderdeel van Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Laarbeek 2012 (2)

1.. Het college kan een premie van € 1.000,00 verstrekken aan de uitkeringsgerechtigde die reguliere arbeid in dienstbetrekking aanvaardt of een eigen bedrijf begint, waarmee voor een periode van tenminste 12 maanden volledig in de kosten van het bestaan is voorzien. De uitkeringsgerechtigde moet onmiddellijk voorafgaand aan zijn indiensttreding of de startdatum van zijn bedrijf tenminste 24 maanden een uitkering voor levensonderhoud hebben ontvangen op grond van de WWB, IOAW of IOAZ. 2.. Er kan door het college een premie van € 500,00 worden verstrekt aan de uitkeringsgerechtigde die reguliere arbeid in dienstbetrekking aanvaardt voor minimaal 16 uur per week, waarmee voor een periode van tenminste 6 maanden gedeeltelijk in de kosten van het bestaan is voorzien en die niet in aanmerking komt voor een vrijlating van inkomsten als bedoeld in artikel 31, tweede lid, sub o van de WWB. De uitkeringsgerechtigde moet onmiddellijk voorafgaand aan zijn dienstbetrekking tenminste 24 maanden een uitkering voor levensonderhoud hebben ontvangen op grond van de WWB, IOAW of IOAZ. 3.. Wanneer de uitkeringsgerechtigde als bedoeld in het tweede lid binnen een termijn van 12 maanden na toekenning van de eerste premie van € 500,00 alsnog voldoende inkomsten ontvangt om volledig in de kosten van bestaan te voorzien, kan aan hem alsnog het restant van de uitstroompremie ter hoogte van € 500,00 worden toegekend. 4.. Voorwaarden premies: de hiervoor genoemde premies worden slechts eenmaal toegekend en wel als de dienstbetrekking(en), onder overlegging van een afschrift van de arbeidsovereenkomst(en) en loonstroken, of de werkzaamheden als zelfstandige, onder overlegging van een afschrift van de behaalde bedrijfsresultaten, over de periode van aanvang van de werkzaamheden onafgebroken heeft/hebben voortgeduurd. De toekenning van de premie geschiedt ambtshalve. De premie wordt slechts eenmaal gedurende een uitkeringsperiode verstrekt, ook wanneer de uitkeringsgerechtigde langer dan een jaar inkomsten uit deeltijdarbeid ontvangt. 5.. Bij een cumulatie van de premies mag het totale bedrag op jaarbasis nooit meer bedragen dan het maximale vrij te laten bedrag van artikel 31, tweede lid, sub j van de WWB.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel