Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.
Indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het
kalenderjaar, bedraagt de belasting zoveel twaalfden van het
over een jaar verschuldigde bedrag als er na aanvang van de
belastingplicht nog volle maanden van het kalenderjaar
resteren.
In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend
voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of
boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het
belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend,
met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende
geldigheidsduur van de vergunning het belasting-tijdvak gelijk
is aan het kalenderjaar.
Paragraaf
Artikel 4.
Artikel 4.
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2008