De belasting wordt geheven naar de tarieven, voorkomende in de
bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming
van het overigens in deze verordening bepaalde.
Bij de berekening van de belasting worden, gedeelten van
eenheden van tijd, lengte-, oppervlakte- of inhoudsmaat,
waarover de tarieven worden berekend, voor één geheel
gerekend.
Bij de toepassing van tarieven, waarbij de oppervlakte bepalend
is voor de hoogte van de belasting, wordt deze oppervlakte,
tenzij anders bepaald, berekend naar de horizontale projectie
van het belastbaar object.
De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen worden
gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een
om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.
Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben
van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de
openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening
van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van
die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich
gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval
bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij artikel 5 van
overeenkomstige toepassing is.
Indien op grond van deze verordening meer dan één tarief kan
worden toegepast, wordt het tarief, dat het hoogste bedrag tot
uitkomst geeft, gehanteerd.
In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt voor de
berekening van de precariobelasting:
Indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een
weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een
gedeelte van een week gelijkgesteld met een week;
Indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een
maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen,
een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een
maand.
Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief,
weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak
een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of
een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk
week of maand van het belastingtijdvak.
Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd.
Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op
een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen
precariobelasting of andere heffingen aangemerkt als één
belastingbedrag.
Paragraaf
Artikel 6.
Artikel 6.
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2008