Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.
Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de
belastingplicht aanvangt in de loop van het kalenderjaar,
bedraagt de belasting zoveel twaalfden van het over een jaar
verschuldigde bedrag als er na aanvang van de belastingplicht
nog volle maanden van het kalenderjaar resteren.
In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend
voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de
openbare weg, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de
vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een
kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning
het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.
Paragraaf
Artikel 5.
Artikel 5.
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting 2008