Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 15

Artikel 15

Onderdeel van Kermisvoorwaarden verpachting in de kern Terneuzen

Veiligheidseisen. In een attractie mogen op plaatsen die door het publiek moeten of kunnen worden gepasseerd geen windtunnels, ventilatoren en dergelijke in werking zijn. De huurder die een consumptiezaak exploiteert, waarin olie en/of vet wordt verwarmd, moet in de onmiddellijke nabijheid van het verwarmingstoestel: een brandblusapparaat met een minimum-inhoud van 6 kg. CO2 of droogpoeder aanwezig hebben; voldoende goedpassende metalen deksels, om elke pan c.q. bak waarin olie en/of vet wordt verwarmd te kunnen afsluiten, aanwezig hebben. Verwarmingstoestellen die worden gestookt met gas, moeten zijn aangesloten door middel van slangen die speciaal voor de gebruikte gassoort zijn bestemd. De slangen moeten op de verbindingsplaatsen door middel van doelmatige klemmen zijn bevestigd. De slangen moeten tegen oververhitting zijn beschermd. De huurder die een attractie exploiteert waarin benzinemotoren worden gebruikt moeten in de attractie een voor die attractie geschikt blusapparaat van voldoende inhoud aanwezig hebben. Wanneer het naar het oordeel van de commandant van de brandweer noodzakelijk is, moeten meerdere blusmiddelen aanwezig zijn. Wanneer het naar het oordeel van de commandant van de brandweer noodzakelijk is, moeten houders van andere dan in de vorige leden genoemde attracties zorg dragen voor de aanwezigheid van de nodige blusmiddelen. Het is verboden ballonnen met brandbaar gas te vullen of, op of aan de weg, of een andere voor het publiek toegankelijke plaats, met brandbaar gas gevulde ballonnen te verkopen, ter verspreiding aan te bieden of in voorraad te hebben. De huurders, bedoeld in het onder lid 2 van dit artikel bepaalde, moeten een geldig bewijs kunnen tonen van de Keuringsdienst van Waren waaruit moet blijken, dat over een deugdelijke en goedgekeurde bereidingsplaats wordt beschikt. De huurder dient er voor te zorgen, dat de attractie in zodanige staat verkeert, alsmede dat zodanige maatregelen zijn getroffen, dat de veiligheid van het publiek dat zich in of nabij de attractie bevindt redelijkerwijs is gewaarborgd. Het “Besluit veiligheid attractie- en speeltoestellen”als bedoeld op de gevaarlijke werktuigen dient in acht te worden genomen.

Rechtspraak bij dit artikel