Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 37

Terugvordering

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning

Indien het college de beschikking, waarbij een voorziening op grond van deze verordening is verleend, intrekt, kan zij de voorziening van de aanvrager terugvorderen. Terugvordering van voorzieningen in natura De terugvordering van voorzieningen in natura vindt plaats door de voorziening met de daarbij behorende bescheiden onverwijld aan het college ter beschikking te stellen. Het college kan naast het opeisen van de voorziening ook een bedrag in rekening brengen voor de afschrijvingskosten gebaseerd op de economische levensduur van de verstrekte voorziening. De omvang daarvan is gebaseerd op de duur van het onrechtmatig gebruik van de voorziening. Voor voorzieningen die in bruikleen zijn verstrekt zijn de bepalingen uit de bruikleenovereenkomst van overeenkomstige toepassing. Indien de terugvordering een voorziening in natura betreft die vanwege de aard niet of niet meer feitelijk kan worden overgedragen aan het college, wordt de omvang van de terugvordering bepaald op de hoogte van de oorspronkelijke investerings/aanschafwaarde. De bepalingen van artikel 36 lid 2 zijn dan van overeenkomstige toepassing. Terugvordering van financiële tegemoetkomingen of persoonsgebonden budget Een besluit tot terugvordering van onverschuldigde betalingen bevat hetgeen wordt teruggevorderd, de hoogte van het bedrag en de termijn of termijnen waarbinnen moet worden terugbetaald. Bij gebreke van tijdige betaling kan de vordering worden verhoogd met wettelijke rente en op de vordering betrekking hebbende kosten. Onverschuldigd betaalde bedragen kunnen worden teruggevorderd tot 5 jaren zijn verstreken nadat de beschikking tot intrekking van een voorziening bekend is gemaakt. De verjaring wordt gestuit door uitvoering te geven aan het bepaalde in artikel 3:316 BW.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel